Wettelijke aspecten bij het houden van schildpadden in Nederland

Samenstelling:            Rob Verhoeks en Jan Boonstra

Versie:                        29 januari 2019

De voorgaande versie van dit artikel werd eerder gepubliceerd in Trionyx 9(6) van november-december 2011 pagina 142-149. Diverse wijzigingen in de wet- en regelgeving maakten een actualisering nodig.

 

Inleiding

Gelukkig zijn veel schildpaddensoorten vandaag de dag beschermd. Er mag niet meer of in beperkte mate en onder strikte voorwaarden in gehandeld worden en ook het bezit is aan voorwaarden gebonden.

De voorwaarden zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de betreffende schildpadden. De basis waarin dit is vastgelegd is het CITES-verdrag, voluit de Convention on International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora. CITES heeft geen rechtstreekse wetskracht, de aangesloten landen hebben zich ertoe verplicht uitvoeringsmaatregelen in hun nationale wetgeving op te nemen.

Sinds 1 januari 2017 is in Nederland de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet.

Daarnaast is er de zgn. ‘Habitat-richtlijn’. Deze richtlijn is een uitwerking van het Verdrag van Bern (1979) dat als doel heeft “het behoud van wilde plant- en diersoorten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa”. De Habitatrichtlijn dateert uit 1992. Hierin staat de bescherming van natuurlijke en half-natuurlijke leefgebieden centraal. In de bijlagen van de Habitatrichtlijn worden 500 plantensoorten, 200 diersoorten, waaronder alle Europese schildpadden en 198 leefgebieden, genoemd.

Verder is van belang het Besluit houders van dieren. Dit besluit bevat de uitwerking van een aantal onderwerpen die bij de wet zijn geïntroduceerd in de Wet Dieren. Het besluit ziet toe op de criteria op grond waarvan diersoorten of diercategorieën die mogen worden gehouden, worden aangewezen en op het benoemen van concrete gedragingen die in ieder geval als dierenmishandeling worden aangemerkt. Voorts zijn in het besluit algemene regels voor de verzorging en huisvesting van dieren geïntroduceerd.

De onderwerpen die op grond van de wet niet in het onderhavige besluit, maar bij ministeriële regeling worden geregeld, omvatten onder meer de aanwijzing van diersoorten of diercategorieën waarvan daartoe behorende dieren mogen worden gehouden (de zogenoemde positieflijst). Evenals bij het onderhavige besluit zullen ook alle bij ministeriële regeling te stellen nadere uitvoeringsregels geclusterd worden in één regeling, de Regeling houders van dieren.

Bij het schrijven van dit overzicht was er nog geen invulling van de positieflijst van te houden diersoorten.

Invasieve exoten, verordening (EU) 1143 van 2014

Deze verordening betreft het verbod van het houden, kweken en verhandelen van in Europa invasieve soorten planten en dieren. Deze planten en dieren mogen niet meer gehouden. De soorten zijn opgenomen in de “Unielijst”. Voor schildpadden geldt dit tot dit moment alleen voor:

Trachemys scripta scripta, de geelbuikschildpad

Trachemys scripta troostii, de geelwangschildpad

Trachemys scripta elegans, de roodwangschildpad

Dieren in uw bezit voor de invoering van de regeling, 3 augustus 2016, mag u gewoon houden. Ze mogen niet verkocht worden, gratis weggeven mag wel, maar wel met overdrachtsverklaring en het aantonen dat ze reeds aanwezig waren voor de invoering van de verordening.

Natuurlijk mag er ook niet meer mee gekweekt worden. In de toekomst kunnen ook andere soorten aan de Unielijst worden toegevoegd.

Hieronder volgt een toelichting op de wet- en regelgeving in Nederland, gericht op wat u als houder geacht wordt te doen.

 

Wat is CITES?

Het doel van CITES is om te voorkomen dat de internationale handel in (producten van) dieren en planten het voortbestaan van die dier- en plantensoorten bedreigt.

De basis is ontstaan in de jaren ’60, toen internationale discussies over de regulering van handel in wilde dieren en planten nog geen gemeengoed waren. De discussie was een gevolg van een resolutie tijdens een bijeenkomst van IUCN in 1963.

De conventie is aangenomen tijdens een bijeenkomst van 80 deelnemende landen op 3 maart 1973 in Washington en van kracht geworden vanaf 1 juli van dat jaar.

CITES trad op 1 juli 1975 officieel in werking. Inmiddels hebben zich 174 landen vrijwillig bij de overeenkomst aangesloten.

Nederland heeft CITES in 1984 geratificeerd. In de drie bijlagen bij het CITES-verdrag zijn inmiddels ruim 30.000 soorten dieren en planten opgenomen.

Hoe is de uitvoering binnen Europa en Nederland hiervan geregeld?

Binnen de Europese Unie is het zo geregeld dat e.e.a. is vastgelegd in Verordeningen. De Europese wetgeving gaat boven onze Nationale wetgeving. Dat geldt ook voor de wetgeving rond beschermde (uitheemse) diersoorten.

De Europese Unie heeft de voorschriften die gelden voor het houden van - onder andere - schildpadden vastgelegd in een basisverordening en een uitvoeringsverordening.

De basisverordening is Verordening (EG) nr. 338/1997 van de Raad en de uitvoeringsverordening is Verordening(EG) nr. 865/2006 van de Commissie.

Nationaal is e.e.a. verder uitgewerkt in de Wet Natuurbescherming. In deze wet is geregeld dat voor soorten van bijlage A in Nederland een bezitsverbod geldt. Onder bepaalde voorwaarden kan men vrijstelling van het bezitsverbod krijgen. Het Ministerie verstrekt dan een bezitsontheffing.

 

Preconventie

Let op: Voor soorten van bijlage A die al voor de invoering van de maatregelen aantoonbaar in Nederland waren geldt dit bezitsverbod niet. (zogenaamde preconventie-dieren)

Van preconventie is sprake op het moment dat het CITES-Verdrag al wel bestond, maar de soort is verkregen voordat die onder het Verdrag viel.

Onderscheid in de mate van bescherming

Het onderscheid wordt bepaald door de mate waarin dieren met uitsterven worden bedreigd. CITES kent drie onderscheiden categorieën:

  • Bijlage I: direct met uitsterven bedreigde dieren en planten. De internationale handel in uit het wild afkomstige dieren en planten is verboden. Het gaat om bijvoorbeeld walvissen, dolfijnen, olifanten, neushoorns, tijgers, apensoorten, papegaaiensoorten, schildpadsoorten, verschillende bloembollensoorten, wilde ginseng en verschillende soorten orchideeën.
  • Bijlage II: dieren en planten die mogelijk met uitsterven worden bedreigd, maar dat nog niet zijn. Om die reden worden nu maatregelen genomen. Deze dier- en plantensoorten mogen alleen worden uitgevoerd als er een CITES-vergunning voor is verleend. Het gaat om onder meer roofdier- en krokodillensoorten, alle reuzenslangen en een aantal schelpen- en koraalsoorten. Zo gaat de hoeveelheid verhandelde dieren en planten niet ten koste van het voortbestaan van die soorten.
  • Bijlage III: dieren en planten die in minstens één land worden beschermd. Dit land heeft andere CITES-lidstaten gevraagd de handel in die soort te controleren. Ook voor deze soorten geldt dat zij slechts mogen worden uitgevoerd (en ingevoerd in de andere deelnemende landen) als er door het betreffende land een uitvoervergunning is afgegeven.

Soorten kunnen worden verplaatst van lijst II naar lijst I of andersom of worden toegevoegd of verwijderd van lijst I of II. Dit kan slechts gedaan worden door de CoP (Conference of Parties) tijdens de reguliere bijeenkomsten of door een schriftelijke procedure.

 

Wat betekent dit nu allemaal voor u als schildpadhouder?

Zoals hiervoor al uitgelegd, betekent het vooral iets voor diegenen die soorten houden (of willen gaan houden) die voorkomen op appendix I en II van het CITES verdrag. Overigens zijn die soorten in de EG-Verordeningen opgenomen in Bijlagen bij de Verordening. Vandaar dat er meestal wordt gesproken over Bijlage A- en B-soorten. In het verdere deel van dit document zullen we ons dan ook beperken tot die soorten en gebruiken we de typering A-lijst en B-lijst.

Let op: Bijlagen A en B komen niet een op een overeen met Appendix I en II. Het staat een land, en in dit geval de EU vrij om voor bepaalde soorten verdergaande beschermingsmaatregelen te treffen. Vandaar dat bijvoorbeeld soorten die niet direct met uitsterven worden bedreigd en niet in appendix I voorkomen in de EU op lijst A geplaatst zijn. Andersom is het wel zo dat soorten op genomen in appendix I altijd op lijst A van de EU voorkomen.

Ook soorten die niet voorkomen op appendix II kunnen op lijst B geplaatst worden. Dit zijn bijvoorbeeld de roodwangschildpadden (Trachemys scripta elegans) en sierschildpadden (Chrysemys picta) Deze maatregel is genomen om faunavervalsing door import in de EU te voorkomen.

De soortenlijst is opgenomen in Verordening 2017/160 (EU) en is te vinden op de site van RVO onder de zoekterm “soortenlijst CITES”.

Voor soorten die voorkomen op Appendix III (of bijlage C en D van de Verordening) is in de EU en Nederland niets extra voorgeschreven, echter er zijn beperkingen gesteld aan de uitvoer in het land van herkomst. Invoer in de EU is in deze gevallen slechts toegestaan als er een uitvoervergunning van het land van herkomst wordt overlegd. Voor de invoer (en niet voor verdere transacties binnen de EU) wordt hiervoor een invoer CITES-certificaat afgegeven. Bedenk daarbij wel dat soorten die nu niet zijn opgenomen in appendix I of II ( of A en B-lijst) daar in de nabije toekomst wel op kunnen worden geplaatst. U zult dan als houder de legale herkomst moeten kunnen aantonen.

Er zijn ook nog soorten die op geen enkele lijst voorkomen. Voor deze soorten geldt geen enkele beperking en daar mag dan ook (nog) vrij in gehandeld worden.

Advies: ook als u een schildpad aanschaft die nu niet is opgenomen in een Bijlage (A of B, respectievelijk I,II en III) bewaar altijd de aankoopbon als u het dier bij een handelaar koopt of bij overname van een kweker vraag altijd een overdrachtsverklaring.

 

1.Bijlage A soorten

Zoals hiervoor uiteengezet gelden voor bijlage A-soorten de meest verregaande voorschriften. In deze soorten mag niet commercieel gehandeld worden in de EU en overdracht kan alleen plaatsvinden middels een hiervoor door de bevoegde instantie – in Nederland het CITES-bureau – afgegeven certificaat.

A-lijst soorten moeten altijd uniek geïdentificeerd zijn om te mogen worden gehouden. In Nederland geldt een ondergrens voor het inbrengen van een microchip van 500 gram lichaamsgewicht van het te chippen dier.

Verder is er voor dieren, waarvan de herkomst niet bekend is, in Nederland een bezitsontheffing vereist.

Voor dieren die reeds in bezit waren voor invoering van de maatregelen, de zogenaamde preconventie-dieren, geldt dat zijn niet onder een bezitsverbod vallen en dat ze ook commercieel mogen worden verhandeld.

Let wel: voor nakweek van Bijlage A-soorten geldt het bezitsverbod niet meer en is dan ook geen bezitsontheffing vereist.

1.1 Certificaat

Een zogenaamd CITES-certificaat is altijd nodig voor de overdracht van een A-lijst dier van het ene naar het andere adres. Het certificaat geldt slechts voor de overdracht.

 

Let wel: voor een nagekweekt dier dat bij de kweker blijft en niet wordt overgedragen, hoeft dus geen certificaat te worden aangevraagd.

Er zijn twee soorten certificaat. Het transactie-specifieke ( slechts geldend voor één overdracht) certificaat wordt afgegeven voor dieren die nog niet uniek geïdentificeerd zijn.

Voor A-lijst nakweekdieren van de 2e (of verdere) generatie nakweek (oorsprong C) die wel uniek geïdentificeerd (gechipt in Nederland) zijn wordt een certificaat afgegeven dat het dier bij elke overdracht dient te vergezellen. (Dit wordt wel Paspoort of specimenspecifiek certificaat genoemd) Voor alle andere A-lijst soorten ( herkomst W, U en F (1e generatie nakweek) wordt een transactie-specifiek certificaat afgegeven, ook als de dieren gechipt zijn.

 

1.2 Bezitsontheffing

De soorten opgenomen in Bijlage A ( maar niet reeds voor de maatregelen ingevoerde dieren) vallen in Nederland onder het bezitsverbod. Dit is geregeld in de Wet Natuurbescherming.

Onder bepaalde voorwaarden kan echter vrijstelling van het bezitsverbod worden verleend. Dit is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Vrijstelling van het bezitsverbod wordt verleend door de Minister. De aanvraag hiertoe dient te worden ingediend bij het CITES-Bureau van RVO.

Een bezitsontheffing wordt afgegeven voor de duur van 5 jaar en is geldig voor alle lijst A-soorten die op de ontheffing staan vermeld en die een houder in zijn/haar bezit heeft. De bezitsontheffing kost momenteel € 15,-. Mutaties in het bestand dieren moet u zelf in uw administratie bijhouden. Zie hiervoor bij ‘bijhouden register’.

Een bezitsontheffing is niet nodig voor in de EU gekweekte dieren. Dit is terug te vinden op de afgegeven certificaten ( bijvoorbeeld bij overdracht) in het vakje “oorsprong”. De verklaring van de daarin geplaatste letter is terug te vinden op de achterzijde van het certificaat. In elk geval staan de letters F, C en D voor nakweek.

Advies: Het aanvragen van CITES-documenten kan zowel digitaal als op papier, verwezen wordt naar www.rvo.nl/Vergunning en ontheffing/CITES/Aanvragen CITES vergunningen en certificaten.

 

1.3 Unieke identificatie van dieren

Zoals hiervoor reeds uiteengezet dienen schildpadden van bijlage A altijd uniek geïdentificeerd te zijn. Nederland hanteert tot nu toe het standpunt dat het uniek identificeren van schildpadden alleen mogelijk is door middel van het inbrengen van een microchiptransponder. Op dit moment is het zo dat in Nederland hiervoor een ondergrens geldt van 500 gram lichaamsgewicht. Dit houdt in dat dieren die nooit dat gewicht halen ( bijvoorbeeld Testudo kleinmanni, Pyxis arachnoides) hoeven niet gechipt te worden en jongen van soorten die de gewichtsgrens van 500 gram, al dan niet ruimschoots halen, zijn vrijgesteld van de chipverplichting. De chipverplichting vindt haar oorsprong in de Brusselse wetgeving. In de Verordening is door Brussel geregeld dat schildpadden geïdentificeerd dienen te worden door middel van het inbrengen van een microchiptransponder. Echter, Brussel laat alle lidstaten de vrijheid ook andere unieke identificatie middelen te gebruiken. Uiteraard dienen die aan minimum voorwaarden te voldoen. Daardoor doet de situatie zich voor dat de ene lidstaat (o.a. Nederland) alleen chippen accepteert waar andere landen (zoals Duitsland, België) naast het chippen ook foto’s accepteren.

Zoals gezegd gaat Europese wetgeving boven de Nederlandse wetgeving. Omdat de Europese Commissie andere mogelijkheden van unieke identificatie toestaat, betekent dit voor Nederland (en alle andere lidstaten van de EU) dat certificaten afgegeven door officiële instanties van een lidstaat door alle andere lidstaten geaccepteerd moeten worden. Hierdoor zijn in - bijvoorbeeld - Duitsland afgegeven certificaten met foto’s geldig in Nederland.

Echter, dergelijke certificaten zijn slechts geldig voor een eenmalige overdracht naar een andere lidstaat ( worden dus als transactie-specifiek gezien buiten de landsgrenzen van de lidstaat waar ze zijn afgegeven)

Let op: Wanneer u een dier hebt laten chippen, noteer dit in het register (zie onder 4).

 

1.4 Vrijstelling(en)

De vrijstelling van het bezitsverbod is in Nederland geregeld door de bezitsontheffing.

Verder geldt er nog een vrijstelling van de chipverplichting, bijvoorbeeld voor dieren onder de 500 gram of bij diergeneeskundige bezwaren tegen het chippen. Ondanks het feit dat de eerstgenoemde vrijstelling generiek is moet u er toch om vragen.

Formulieren hiervoor vindt u op de site van RVO.

 

  1. Bijlage B soorten

Voor bijlage B-soorten geldt een minder zwaar regime dan voor de A-soorten.

Voor in de EU (na)gekweekte dieren geldt dat u de legale herkomst moet kunnen aantonen. Een verklaring van overdracht aan u door de kweker is hiervoor voldoende. Let wel op dat er een handtekening op staat.

Het is raadzaam om voor in Duitsland gekochte ( en gekweekte) dieren aan de verkoper te verzoeken het kweeknummer van de kweker op de overdrachtsverklaring te vermelden.

De kweker moet alle gekweekte jongen in een register opnemen. Ook de nieuwe houder dient een register bij te houden.

Als u dieren in een winkel aanschaft dient u altijd een bon te krijgen. Indien die niet verstrekt wordt, vraag er dan naar. Indien het nakweekdieren betreft zal de winkelier/handelaar u eveneens een overdrachtsverklaring geven. Zijn het wildvangdieren dan ontvangt u een aankoopbon waarop het (invoer) CITES nummer moet worden vermeld.

Let op: verstrekt de kweker of handelaar de genoemde documenten niet, neem het dier dan niet over.

Een voorbeeld van een overdrachtsformulier kunt u vinden op de site van de vereniging.

 

Advies: Vraag in principe altijd een overdrachtsverklaring of bewaar een aankoopbon met datum, ook en zeker als het niet op lijst A- of B- geplaatste dieren gaat. Door de wereldwijde bedreiging(en) zullen veel soorten die nu (nog) niet op deze lijsten voorkomen daar in de (nabije) toekomst wel op geplaatst worden. U heeft dan altijd een bewijs van legale herkomst.

  1. Soorten opgenomen in de bijlage IV van de Habitatrichtlijn

Het betreft hier soorten die zowel zijn opgenomen in Lijst A (Europese landschildpadden, zoals Testudo hermanni boetgeri), in Lijst B (bijv. de vierteenschildpad Testudo horsfieldi). Daarvoor gelden de hiervoor aangegeven regels.

Verder betreft het alle in Europa voorkomende moerasschildpadden: de Europese moerasschildpad Emys orbicularis spp, de Spaanse beekschildpad Mauremys leprosa spp, de Kaspische beekschildpad Mauremys caspica spp en de Balkan beekschildpad Mauremys rivulata. Het onttrekken aan de natuur van deze soorten is verboden. Het houden en overdragen is toegestaan, mits het aantoonbare nakweek in gevangenschap betreft. Het overdragen m.b.v. een overdrachtsverklaring en het bijhouden van het register is verplicht.

  1. Het bijhouden van een register

Voor de bijlage A- en B-lijst soorten en de soorten opgenomen in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn bent u in Nederland verplicht een register bij te houden. Dit is ingevolge de Regeling natuurbescherming artikel 3.24. In dat register dienen alle mutaties, zoals geboorten, sterfte, overdracht maar ook bijvoorbeeld chippen vanaf 500 gram lichaamsgewicht, te worden bijgehouden.

Het register dient minimaal de volgende rubrieken te bevatten:

  1. wetenschappelijke naam en soortnaam;
  2. datum en plaats van verkrijging.
    c. naam en adres en land van de leverancier.
    d. land van herkomst van de specimens, indien dit afwijkt van onderdeel c.
    e. nummer bijbehorend CITES document (kopie vergunning aanhouden)
    f. datum en plaats van vervreemding;
  3. naam, adres en land van de afnemer;
    h. nummer bijbehorend CITES document;
    i. datum geboorte van en het aantal nakomelingen;
    l. per specimen datum en plaats van sterfte.
    k. datum aanbrenging merktekens;


De Wet Natuurbescherming stelt eisen aan de te voeren registratie, te weten:

  • Per pagina en regel een doorlopende nummering;
  • Op papier ingevuld in onuitwisbare schrift of een computerbestand of uitdraai uit de computer;
  • Volledig en naar waarheid ingevuld;
  • De registratie wordt tenminste drie jaar bewaard na de datum van de laatste in het register aangebrachte wijziging of aanvulling;
  • Een ieder verschaft desgevraagd inzage in de registratie aan de met het toezicht aangewezen ambtenaren (Politie, nVWA voorheen AID, Douane, Koninklijke Marechaussee)

De site van RVO bevat een voorbeeld registratieblad in Excel.

Advies: houd één of meer registratiebladen per soort dier aan, dat houdt uw registratie overzichtelijk. Bewaar verder van alle documenten (aan- en verkoop, chippen,enz.) of de afschriften daarvan een exemplaar. Daarmee kunt u de mutaties in het register onderbouwen.

Samenvatting

Voor alle A-lijst soorten die niet aantoonbaar nakweek zijn of reeds in uw bezit waren voor invoering van de maatregelen ( pre-conventie) dient men in Nederland te beschikken over een Bezitsontheffing. Er dient door iedereen een register te worden bijgehouden van alle A- en B-lijst soorten en de Habitatrichtlijn soorten die men in zijn/haar bezit heeft. Ook de overdrachten dienen hierin te worden opgenomen met datum en naam van degene aan wie is overgedragen.

Voor soorten die niet op Lijst A en B voorkomen verdient het aanbeveling altijd een overdrachtsverklaring te vragen aan de kweker. In het geval men dieren koopt in een winkel of bij een handelaar moet ook altijd een overdrachtsverklaring of een aankoopbon met CITES nummer in het geval het geïmporteerde dieren betreft, worden meegegeven.

In onderstaande tabel hebben wij geprobeerd de procedures en documenten zo eenvoudig mogelijk samen te vatten:

Vereist document:

 

 

 

Categorie bescherming:

Bezits-ontheffing

EG-certificaat bij overdracht

Verklaring Vrijstelling van chippen

Bijhouden van register

Overdrachts-verklaring of aankoopbon bij overdracht of koop

Lijst A, code W

           X

         X

 

         X

 

Lijst A, code C, D

 

         X

 

         X

 

Lijst A, code C, D, lichter dan 500 gram

 

          X

         X

         X

 

Lijst B

     

         X

           X

Habitatrichtlijn, uitsluitend nakweek in gevangenschap

     

         X

           X

Invasieve soorten

     

           X

           X

Overige soorten, advies:

     

           X

           X

Oorsprongcodes in de voorgaande tabel en/of op EG-certificaten

Deze zijn:

W        aan de natuur onttrokken, wildvang

F          eerste generatie nakweek

U         onbekend (unknown)

C         nakweek (niet commercieel)

D         nakweek (commercieel)

O         preconventie dieren

R         door ranching verkregen dieren

I           in beslaggenomen of verbeurd verklaarde dieren   

 

 

Informatie:

Veel informatie is terug te vinden op de websites van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ook de CITES organisatie heeft een site.

 

Naast genoemde websites zijn nuttige naslagwerken:

Gerrits, N.M. & Groot, T.T.M. de. 2007. Handboek Beschermde Dieren 2007. INCAconsult, Veeningen, ISBN 978-90-78639-03-9;

Philippi-Gho, Mr. E. 2010. Handboek CITES. Natuur en Recht, Publimix. ISBN 978-90-74312-35-6.

Ga naar boven